Hoe kan het beter? Wat kan er beter?

Mensen met beperking hebben extra bescherming nodig zonder betutteling. Het onderzoek heeft geleerd dat het beter kan. Daarvoor is verandering nodig. Hieronder staat wat ze willen.
  1. Josefi en van Casteren met broer en vriend. Josefien is scholier.Voor het eerst is er een internationaal verdrag van de Verenigde Naties alleen voor mensen met een beperking. In dit verdrag staat dat mensen met een beperking recht hebben om naar een gewone school te gaan, om te werken in gewone bedrijven en om zelfstandig te wonen. Maak een actieplan voor Nederland waarin staat hoe dit verdrag wordt uitgevoerd.
  2. Maak het makkelijk een klacht in te dienen als het recht op meedoen wordt geschonden. Organisaties moeten het recht krijgen namens groepen mensen klachten in te dienen. Dat kan geregeld worden op grond van het Aanvullende Collectieve Klachtenprotocol van het Europees Sociaal Handvest. Nederland heeft dat ondertekend, dus het mag.
  3. Gemeenten voeren een paar belangrijke wetten uit: de WSW en de WMO. Daarin is geregeld dat er sociale werkvoorziening moet zijn en dat iedereen in de samenleving mag meedoen. De regering moet steeds onderzoeken of gemeenten dat goed doen.
  4. Mensen met een beperking mag je niet discrimineren. Daarom moet de Wet Gelijke Behandeling op grond van handicap en chronische ziekte ook gelden op scholen en in het openbaar vervoer.
  5. Alle kinderen kunnen leren, ook als ze een ernstige beperking hebben. Alle kinderen hebben het recht naar school te gaan.
  6. Er moet niet alleen een recht zijn om te leren. Er moet ook recht zijn op genoeg geld om te kunnen leren. Voor elke leerling met een beperking moet een rugzakje met geld komen.
  7. Kinderen met een beperking en hun ouders hebben recht op vroege ondersteuning. Dat moet kunnen ingaan vanaf babytijd en de ondersteuning moet actief worden aangeboden.
  8. Aparte speciale scholen maken het te moeilijk voor kinderen om mee te doen. Het ministerie van onderwijs kan zorgen dat de kennis en hulp van speciale scholen overgaan naar gewone scholen. Speciaal onderwijs is dan onderdeel van gewone scholen.
  9. Elke gewone school en elke leerkracht moet ondersteuning krijgen om leerlingen met en zonder beperking goed te helpen. Het ministerie van onderwijs moet verantwoordelijkheid nemen voor het ontwikkelen van goed onderwijsmateriaal en deskundige begeleiding van leerkrachten.
  10. Het ministerie van onderwijs stimuleert dat leerkrachten leren hoe ze heel verschillende kinderen les kunnen geven. Dat heet bijvoorbeeld adaptief onderwijs Dat is geschikt als leerlingen met en zonder beperking in een klas zitten.
  11. De regering zorgt voor een programma waarin jongeren met een beperking wordt gevraagd hoe ze hun volwassen leven willen inrichten. De jongeren krijgen steun bij het uitvoeren van hun wensen.
  12. De regering zorgt voor een programma waarmee overgang van school naar werk makkelijker wordt. Onderdeel daarvan zijn stages bij werkgevers. Getrainde leerkrachten helpen leerlingen met beperking met hun stages.
  13. Er is subsidie van de Europese Unie om jonge mensen voor te bereiden op de arbeidsmarkt. Scholen kunnen met de regering een plan maken om die subsidie te gebruiken voor jonge mensen met een beperking.
  14. Overheidsbedrijven kunnen meer mensen met een beperking in dienst nemen. Dan leren gewone bedrijven dat het gewoon kan.
  15. Vakbonden en bedrijven kunnen afspreken om meer mensen met beperking in dienst te nemen. Zulke afspraken komen in de CAO voor bedrijven.
  16. Er zijn veel wetten voor geld en hulp voor mensen met een beperking (WIA, WSW, WMO, AWBZ). Maak de regels zo makkelijk dat elk bedrijf en elke werknemer ze snapt. Zorg dat het budget overal gebruikt kan worden.
  17. Geef mensen met ernstige beperkingen een levenslang budget om aan alles mee te doen (participatiebudget). Ze moeten zelf kiezen waar ze dat budget gebruiken: op werk, op school, vrije tijd.
  18. Een man of vrouw met een Wajong-uitkering die een baan vindt, moet automatisch weer Wajong krijgen als hij of zij de baan kwijtraakt.
  19. Werken moet betekenen dat je meer geld overhoudt dan met een uitkering. De regering moet dus zorgen dat mensen met een beperking die een baan vinden, niet hun toeslagen en andere hulp kwijtraken.
  20. Iedereen kan werken en iedereen heeft recht op werk. Kom met een plan voor echte banen: ook voor mensen die nu in dagcentra zijn.
  21. Ieder mens heeft een waardevolle inbreng, thuis, op school, op het werk. Een beperking moet niet centraal staan. Het gaat er om wat je kunt en wie je bent als mens.
naar boven