Welke ondersteuning is er bij werk?

Recht op werk

De regering moet zorgen dat er genoeg kans is een baan te vinden. Dat zegt de wet. Iedereen heeft recht te kiezen welk soort werk zij of hij wil doen. De wet zegt dat het bedrijf moet zorgen dat het werk veilig is. Er mag geen seksueel misbruik zijn. Iedereen mag meepraten over hoe het gaat in een bedrijf.

CWI

De Veen, radiopresentator en publiciteitsmedewerker LFB

Veel mensen vinden een baan via vrienden of familie. Dat doen mensen met een beperking ook. Als het toch niet lukt, is er hulp van het Centrum voor Werk en Inkomen. We kennen dat als CWI. In alle grotere steden is een CWI waar iedereen naar toe kan gaan. Ook de school kan helpen een baan te zoeken. Het gebeurt vaak dat scholieren eerst een stage doen. Een stagebaan is een oefenbaan.

Het CWI kan geld (subsidie) geven aan bedrijven die werknemers met een beperking in dienst nemen. Het bedrijf moet dat vragen. Met dat geld betalen bedrijven een deel van het loon of begeleiding. Er is ook geld van de zorgverzekering voor begeleiding. Dat heet dan persoonsgebonden budget (PGB). Dat moet de werknemer aanvragen.

Begeleiding

Een begeleider zorgt dat iemand met een beperking leert wat er moet gebeuren in de nieuwe baan. Die begeleider kan ook de collega’s in een bedrijf uitleggen hoe je met elkaar omgaat. De begeleider heet jobcoach. Mensen met een beperking merken vaak dat mensen zonder beperking hen vreemd vinden. Een begeleider kan uitleggen dat mensen gelijk zijn. Pesten mag niet; met elkaar praten is goed.

Al die extra hulp wordt vaak niet gebruikt. Bedrijven weten niet eens dat het er is. Het zou beter gaan als er makkelijke hulp is. Het makkelijkst is als mensen met een beperking een budget krijgen voor participatie. Participatie betekent meedoen en budget betekent een eigen geldbedrag: dus geld om mee te kunnen doen.

Sociale werkvoorziening

Michiel Zeeuw (van de LFB)geeft een cursus. Hij krijgt zelf via een PGB begeleiding op zijn werk.

Mensen die geen gewone baan vinden, kunnen ook naar de sociale werkvoorziening. In Nederland werken daar ongeveer 30 000 mensen met een verstandelijke beperking. Dat is bijna de helft van de mensen in Nederland met een verstandelijke beperking. Ze krijgen een gewoon salaris. Dat is geregeld in een wet: de WSW.

De WSW heeft eigen werkplaatsen. Het kan ook dat de WSW zijn werknemers in een gewoon bedrijf laat werken. Gewone bedrijven kunnen dat vragen: of ze werknemers uit de WSW in dienst mogen nemen. WSW-werknemers kunnen ook zelf vragen of ze via de WSW naar een gewoon bedrijf toe kunnen. Veel werknemers vragen dat, maar het gebeurt haast niet.

Iemand die via de WSW wil werken, moet zelfstandig kunnen werken. Daarom is er altijd een keuring. Er is een wachtlijst. Mensen die goedgekeurd, moeten wachten tot er een plaats vrijkomt.

Dagbesteding

Voor mensen met een beperking zijn ook centra voor dagbesteding. Ook daar wordt gewerkt, maar het is onbetaald. Een dagcentrum krijgt geld uit de zorgverzekering (AWBZ). Mensen met een beperking die naar een dagcentrum mogen, kunnen vragen of ze dat AWBZ-geld als persoonsgebonden budget krijgen. Dat budget mag je gebruiken om ergens anders onbetaald werk te doen, bijvoorbeeld in een gewoon bedrijf. Wie onbetaald werk doet, houdt meestal een Wajong-uitkering.

Regels te moeilijk

Al die regels voor hulp bij werken zijn niet makkelijk voor bedrijven en voor mensen met een beperking. Het is zo ingewikkeld dat veel mensen moedeloos worden. Dan zoeken ze niks meer uit. Dat is heel jammer. Als de regels makkelijker zijn, zouden meer mensen met een beperking kunnen werken.

naar boven